Lean Leren

Kom je door recente audits of incidenten opnieuw tot de conclusie dat jouw operators moeite hebben de veranderingen te volgen? Ervaar je ook dat je steeds weer moet aangeven welke kennis, vaardigheden en inzichten nodig zijn? En dat je moet trekken aan het op peil houden hiervan? Terwijl het toch hun werk betreft! En vraag je jezelf niet af of, ondanks alle inspanningen, in alle situaties wel goed gehandeld wordt. Moet het niet anders?

Het kan anders

Wij zien dat steeds meer bedrijven het leren anders willen benaderen. De veranderingen gaan zo snel dat niet meer elke ontwikkeling tot een nieuwe training kan leiden. En toch wil je dat in elke situatie jouw operators handelend optreden. Nu en in de toekomst. In normale, maar vooral in afwijkende situaties. Dat kan alleen wanneer operators zelf hun verantwoordelijkheid nemen voor datgene wat ze eigenlijk allemaal willen: de apparatuur, de installatie en het proces feilloos bedienen. Dat gaat alleen niet vanzelf, maar vraagt om een andere benadering. VAPRO introduceert hiervoor:

Lean Leren: resultaten zonder franje

De methodiek wordt opgebouwd in werkbijeenkomsten waar de uitwisseling van kennis en expertise plaatsvindt tussen de kennisdragers en VAPRO. De kennisdragers worden in de uitvoering de mentoren, zodat ze naast gebruiker ook ontwikkelaar zijn. De aanpak valt uiteen in vier stappen.

Lean Leren in vier duidelijke stappen

  • Identificeren van kritische procesonderdelen

    Vastgesteld wordt op welke onderdelen de operator altijd bewust bekwaam moet zijn en welke kennis, vaardigheden, principes en inzichten hiervoor essentieel zijn.

    Door de toenemende complexiteit en de snelle veranderingen kan steeds minder worden uitgeschreven en aangeboden. En toch wil je grip houden. Om deze reden is de methodiek gebaseerd op twee pijlers:

    1. De kritische procesonderdelen worden geborgd door medewerkers die de kennis en vaardigheden hebben, maar ook de principes en inzichten kennen om in afwijkende situaties handelend te kunnen optreden. De kennis die hiervoor nodig is, wordt vastgelegd om kenniserosie te voorkomen. Wat de kritische procesonderdelen zijn en wat de benodigde kennis is, wordt vastgelegd.
    2. Verantwoord handelen wordt geborgd wanneer operators het vermogen bezitten om in onbekende situaties toch snel tot de juiste oplossing komen. Hiervoor kennen zij de principes, hebben voldoende inzicht en hebben een doelgericht werk- en denkvermogen. Zoekstrategieën zijn hierin belangrijk. Onderdeel van de methodiek is het ´leren te leren´. Jouw medewerkers zullen hierdoor snel op (andere) procesonderdelen ingezet kunnen worden maar ook snel veranderingen kunnen oppakken.

    Deze beide pijlers zorgen ervoor dat voor de operator het opleiden een duidelijke structuur krijgt en dat, door het samenspel van ervaring, leren/kennis opdoen, werken, tijden de taakuitvoering, de hoeveelheid te verwerken informatie overzichtelijk is.

  • Taakanalyse

    Gedefinieerd wordt wat de taak is van de operator op de kritische procesonderdelen en welk vermogen hij nodig heeft voor zijn taak? Als beginnende operator, vanuit de CRK of als specialist.

    Om de taak centraal te kunnen stellen wordt geanalyseerd wat deze is voor elke functie. Zo heeft een beginnende operator een andere taak bij het starten en stoppen dan een ervaren operator of specialist. Ook bij dagelijkse handelingen is er een taakverdeling tussen bijvoorbeeld een operator in de CRK en die in het veld, hoewel ze gezamenlijk ingrijpen in het proces. Deze verdeling is natuurlijk en gebaseerd op het geleidelijk geven van meer bevoegdheden en verantwoordelijkheden maar ook aan een geleidelijke opbouw van kennis en vaardigheden.

    Op basis van deze analyse maken we fundament- en kerntaken per functie. Deze maken duidelijk wat de centrale taak is van de operator. Denk hierbij voor een inzetbare operator aan dagelijkse werkzaamheden, bediening in het veld en waarborgen veiligheid op de werkplek. Deze fundamenttaken zijn zeer herkenbaar en worden in elk bedrijf uitgevoerd. De invulling zal steeds anders zijn en dat wordt verder uitgediept in de kerntaken.

  • Methodiek en opleidingsstructuur

    Bepaald wordt welke methodiek en structuur het beste past om medewerkers te ondersteunen in hun leerproces en te zorgen dat er een leercultuur wordt verkregen waarin operators zichzelf blijven versterken.

    Elk proces heeft zijn eigen specifieke kenmerken voor het bedienen hiervan. Net zoals het werken  voor elke werkplek specifiek is, geldt dit ook voor het leren. Leren en werken gaan immers hand in hand. Bij het opstellen van de methodiek wordt hier nadrukkelijk rekening mee gehouden. Wat is wel en wat is niet mogelijk? Welke leervormen zijn nodig en wat vraagt dit van de operator en zijn begeleider. Mentoren weten dit heel goed en hun inbreng is cruciaal. Zij pakken de begeleiding op en als het niet past, dan trekken ze de jas niet aan. We zullen dan misschien niet voor iedereen een maatpak maken maar wel een goed zittend confectiepak.

    Belangrijk onderdeel is het streven naar een leercultuur. Het gaat niet om het bezit van kennis, maar om de toepassing ervan en ook het delen. Daarover moeten operators in gesprek raken. Met collega’s en hun mentor. Die leercultuur ontstaat ook door vragen te stellen over de apparatuur, de installatie en het proces. Dit vereist een begeleiding die niet is gebaseerd op uitleggen maar op vragen stellen. Dan leren medewerkers kennis te verzamelen en vooral toe te passen.

  • Leermiddelen

    Leerhulpmiddelen worden ontwikkeld die zowel het leerproces als de –cultuur ondersteunen en het gebruik hiervan wordt in de praktijk geoefend.

    De leerhulpmiddelen die worden ontwikkeld sluiten nauw aan op de gekozen methodiek en structuur. Samen met de mentoren wordt bepaald welke leerhulpmiddelen er nodig zijn, voor welke toepassing en aan welke eisen die moeten voldoen. In ieder geval moeten ze beknopt zijn, waarbij een vorm kan worden gekozen die ook voor de bedrijfsvoering belangrijk is. Geen overbodige ballast in de vorm van veel papier in dikke mappen. Dit werkt niet voor een operator. Een velletje met aandachtspunten in zijn kontzak waarop hij wat noteert wel. VAPRO heeft meerdere soorten leermiddelen in huis voor verschillende toepassingen. Voor het leren zoeken van informatie en het toepassen hiervan tot het leren van procedures en het begrijpen van de volgorde.

    Belangrijk is dat de mentoren leren hiermee om te gaan. Iedere operator heeft zijn eigen voorkeuren en het is goed als de mentor leert hierop aan te sluiten. Dat betekent dat voor de ene operator een Leerwerkopdracht geschikt is en voor de ander een Ervaring Leerkaart. Dat maakt niet uit als de operator, maar bezig is met zijn leerproces en de mentor zorgt dat de goede focus wordt gelegd en de juiste kennis wordt verzameld.