Opleidingsmodel

In het VAPRO opleidingsmodel wordt vanaf cohort 2016-2017 het verschil tussen het landelijk erkend mbo diploma en het VAPRO branchediploma inzichtelijk. Hierdoor is het gemakkelijker aan te sluiten bij de veranderende wet- en regelgeving en de kwalificatiestructuur enerzijds en de werkplek anderzijds.
Het VAPRO opleidingsmodel uitgelegd Bekijk video
Het VAPRO opleidingsmodel uitgelegd
Opbouw van het model
Het VAPRO opleidingsmodel is gebaseerd op taken. Iedere taak bevat onderdelen van thema’s die samengebracht zijn in een leerlijn. De leerlijnen bevatten een herkenbare opbouw in complexiteit van contexten, apparatuur en bewerkingen. In elke taak wordt een thema uitgelicht. Zo wordt in de taak ‘regulier starten’ voornamelijk ingegaan op het thema ‘transport en opslag’. De taken bevatten achtereenvolgens voorbereidende, oriënterende, uitvoerende en reflecterende opdrachten. De taken eindigen met een integratieopdracht en tijdens de opleiding vindt ontwikkelingsgerichte toetsing plaats. Na afronding van alle taken vindt de kwalificerende examinering plaats. De kwalificerende examinering bestaat uit examinering van kennis, vaardigheden, houding en gedrag en is afgestemd op het niveau en de inhoud van de opleiding.

MBO opleiding
De VAPRO mbo opleiding leidt in korte tijd op tot een beginnend beroepsbeoefenaar die breed inzetbaar is. De opleiding is generiek van aard. De aansluiting op de context van het bedrijf en/of de werkplek wordt gemaakt in de opdrachten en de keuzedelen.

In het opleidingsmodel wordt op mbo niveau 2 en 3 een onderscheid gemaakt tussen de opleidingen voor Mechanisch Operator en Procesoperator.

Deelnemers die de VAPRO mbo opleiding volgen doorlopen zes taken om het mbo diploma te behalen, namelijk:
1. Introductie
2. Regulier starten
3. Bedienen en bewaken
4. Bedienen en bewaken II of Stopzetten en weer opstarten
5. Afronden
6. Problemen oplossen

In de taken wordt aandacht besteed aan de thema’s ‘transport en opslag’, ‘mechanische bewerkingen’, ’fysische bewerkingen’ en ‘utilities’. De invulling van de taken en de verbinding met de thema’s zijn afgestemd op het betreffende opleidingsniveau.

De opleidingstijd is afhankelijk van de nadere invulling van het lesprogramma door de onderwijsinstelling en de werkvormen die daarbij worden gekozen.

VAPRO branchediploma
De VAPRO branche opleiding leidt op tot een vakbekwaam beroepsbeoefenaar, waarin verdieping wordt aangebracht op basis van de praktijkleerkaart. De VAPRO branche opleiding kan in verkorte vorm aanvullend op de mbo opleiding worden doorlopen of als volledige opleiding.

Om het VAPRO branchediploma te behalen worden twee aanvullende taken uitgevoerd, namelijk ’storing zoeken’ en ‘optimalisatie’. Deze taken zijn volledig afgestemd op de werkplek en niet-routinematig van aard.

De thema’s die in de mbo opleiding worden behandeld, worden in de branche opleidingen nader toegespitst op de werkplek en aangevuld met het thema ‘chemische bewerkingen’.

Praktijkleerkaart
In de Praktijkleerkaart staat voor een kernproces beschreven welke problemen/verstoringen zich regelmatig voordoen op de werkplek en welke kennis en informatiebronnen de deelnemer daarvoor nodig heeft. Hierdoor leidt elke VAPRO brancheopleiding op tot een vergelijkbaar niveau, maar binnen een bedrijfsspecifieke context.

Onderdelen opleiding

  • Keuzedelen

    Keuzedelen
    zijn onderdeel van de mbo opleiding en geven de mogelijkheid om een opleiding een actuele of regionale invulling te geven. In het VAPRO opleidingsmodel kunnen keuzedelen worden gekozen die aansluiten op de marktbehoefte en een beroeps- of branchespecifieke inkleuring geven aan de opleiding. De keuzedelen die VAPRO aanbiedt zijn keuzedelen van 240 uur die zich lenen voor verbreding of verdieping. Daarnaast zijn de keuzedelen van VAPRO voor meerdere mbo niveaus van toepassing.
  • Koppelopdrachten en ervaringsleerkaarten

    In de mbo opleiding wordt gewerkt met verschillende werkvormen zoals koppelopdrachten en ervaringsleerkaarten. In de koppelopdrachten worden deelnemers gestimuleerd om de theoretische achtergrond uit de ProcesPlus boekenserie te verbinden met de praktijk. Werkplekleren wordt verder gestuurd met ervaringsleerkaarten
    waarbij de deelnemers reflecteren op de werkzaamheden en de leerervaringen vaststellen. Door het hoge abstractieniveau van de diverse werkvormen is er ruimte om deze te vertalen naar elke geaccrediteerde werkplek. Deze methode is van toepassing op zowel de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) als de beroepsopleidende leerweg (BOL).
  • Generieke vakken

    - Nederlands - Moderne vreemde taal - Rekenen - Loopbaan en burgerschap (dit is een verplicht onderdeel van de mbo opleiding en wordt vormgegeven door de onderwijsinstelling)

Belangrijke informatie

  • Wat is het verschil tussen het huidige en het nieuwe opleidingsmodel?

    In het huidige opleidingsmodel wordt in verschillende blokken, bestaande uit vakkennis en vaardigheden, opgeleid tot het vakbekwaam niveau, wat een hoger niveau betreft dan wat het kwalificatiedossier omschrijft. Mede doordat de tijd die dit kost ook teveel is ten opzichte van het bekostigingsmodel, zijn beide leerwegen gescheiden. Een tweede reden is de herziene kwalificatiestructuur, waarin nu ook keuzedelen zijn opgenomen en doorvertaald naar het VAPRO opleidingsmodel. Naast inhoudelijk is er didactisch gezien ook een verandering ten opzichte van het huidige opleidingsmodel, namelijk dat in het herziene model vanuit taken geïntegreerd aan vakkennis en –vaardigheden wordt gewerkt.

  • Uit welke onderdelen bestaat het VAPRO opleidingsmodel en kan ik deze ook los inkopen?

    Het VAPRO opleidingsmodel bestaat uit een leerlijn en bijbehorende lesplannen en verantwoordingsdocumenten voor de gehele toepassing ervan (het model), beroepsgerichte ontwikkelingsgerichte toetsen, beroepsgerichte kwalificerende toetsen en keuzedelen. Voor de toepassing van deze instrumenten wordt een leveringsovereenkomst met de onderwijsinstelling afgesloten, waarna deze kunnen worden toegepast. Daarnaast zijn de leermiddelen van VAPRO (de ProcesPlus boekenserie, de koppelopdrachten, de leermiddelen voor de keuzedelen en het tabellenboek) onderdeel van het model.